
- Home
- Kennisbank
- Blogs
- Hans Huizinga van Eurosafe: “Het probleem in de bouw zit niet in de tools, maar in de taal”
Hans Huizinga van Eurosafe: “Het probleem in de bouw zit niet in de tools, maar in de taal”
Valbeveiliging begint bij de tekentafel. Maar in de praktijk schuift het onderwerp keer op keer naar achteren, totdat het gebouw er staat en de mogelijkheden beperkt zijn. Hoe komt dat, en wat is er nodig om dat te veranderen?
Hans Huizinga, Manager Design & Calculatie en RI&E & Consultancy, werkt dagelijks aan het eerder betrekken van veiligheid in bouwprojecten. In een interview met BIM Register spreekt hij over de structurele oorzaken van te late veiligheidsintegratie, de rol van gedrag naast techniek, en waarom de grootste winst altijd aan de voorkant van een project zit.
Pak veiligheid als geheel aan
In de bouwsector wordt veiligheid nog te vaak behandeld als iets dat later wel opgelost kan worden. Eerst het ontwerp, dan de uitvoering, en pas daarna de vraag of iemand het gebouw ook veilig kan onderhouden. Volgens Hans Huizinga, Manager RI&E bij Eurosafe, zit daar precies het fundamentele probleem. Niet omdat de techniek tekortschiet, maar omdat ontwerp, uitvoering, onderhoud en veiligheid in de praktijk nog onvoldoende als één geheel worden benaderd.
Veiligheid wordt nog te vaak te laat serieus genomen
Huizinga is uitgesproken over waar het structureel misgaat. Theorie en praktijk sluiten in de bouw nog te vaak onvoldoende op elkaar aan. Er zijn regels voor producten, regels voor werkmethodes en eisen aan gebouwen, maar die werelden zijn niet vanzelf met elkaar verbonden. Juist daardoor ontstaan risico’s die pas zichtbaar worden als het gebouw er al staat.
Dat zie je volgens hem bijvoorbeeld scherp terug bij groene gevels. Die worden ontworpen om bij te dragen aan duurzaamheid en leefkwaliteit, maar de vraag hoe ze veilig onderhouden moeten worden komt regelmatig pas veel later. Het gevolg is confronterend.
“Er zijn legio voorbeelden van groene gevels die niet meer groen zijn omdat ze gewoon niet meer te onderhouden zijn.”
Een gebouw kan op papier innovatief, esthetisch en duurzaam lijken, maar als onderhoud niet veilig uitvoerbaar is, verliest het ontwerp zijn waarde in de praktijk. Daarmee wordt veiligheid geen technisch detail, maar een directe ontwerpkwestie.
De grootste winst en de grootste fout ontstaan aan de voorkant
Volgens Huizinga zit de grootste veiligheidswinst in de eerste fase van een project. Daar kunnen ontwerpkeuzes, routing, toegankelijkheid en onderhoudslogica nog echt worden geïntegreerd. Wacht je te lang, dan resteert vaak alleen symptoombestrijding.
Projecten als Wonderwoods en Valley noemt hij daarom niet zomaar als referentie, maar als bewijs dat het ook anders kan. Daar is vroegtijdig nagedacht over hoe groenvoorzieningen en moeilijk bereikbare zones veilig onderhouden kunnen worden. Niet achteraf, maar als integraal onderdeel van het ontwerp.
“Hoe verder je naar voren gaat, hoe groter de winst of hoe groter de fouten zijn.”
Esthetiek, vergunningen, kosten en tempo domineren vaak het gesprek, terwijl onderhoud en veilige exploitatie pas later worden geadresseerd. En juist daar ontstaat een gevaarlijke misvatting: dat veiligheid nog wel in te regelen is zodra het gebouw er staat.
Niet techniek, maar gedrag bepaalt waar het misgaat
Opvallend is dat Huizinga de oorzaak van incidenten niet primair zoekt in techniek of proces, maar in gedrag. Dat is een harde stelling in een sector die sterk vertrouwt op systemen, normen en procedures.
Zijn voorbeeld van een groengevel maakt duidelijk waarom. Zelfs als het ontwerp klopt, de voorzieningen aanwezig zijn en werkmethodes zijn uitgewerkt, kan het nog misgaan als de partij die het onderhoud uitvoert daar niet op getraind is.
“Dan heeft het niet aan de techniek gelegen, niet aan de voorbereiding, maar wel aan de gedragingen.”
Daarmee schuift hij de discussie weg van de comfortabele gedachte dat meer techniek vanzelf tot meer veiligheid leidt. De echte bottleneck zit in de keten, in cultuur en in de bereidheid om integraal te denken. Zolang gedrag niet verandert, blijft elke technologische vooruitgang slechts schijnveiligheid.
De bouw praat nog steeds in verschillende talen
Een tweede structureel probleem zit volgens Huizinga in de manier waarop afdelingen en disciplines langs elkaar heen werken. Sales verkoopt op een ander abstractieniveau dan engineering ontwerpt, en montage werkt weer op een ander detailniveau dan engineering oplevert. Daardoor blijft veel potentieel van digitalisering in de praktijk onbenut.
Er is niet te weinig software of technologie beschikbaar. Er is te weinig uniforme logica. BIM, parametrisch ontwerpen, viewers en AI kunnen veel mogelijk maken, maar lossen niets op zolang de onderliggende processen en verantwoordelijkheden niet op elkaar aansluiten.
Veiligheid kan eerder onderdeel worden van opleidingen
Wat volgens Huizinga nog meer aandacht verdient, is de rol van het onderwijs. In veel bouwgerelateerde opleidingen ligt de nadruk sterk op ontwerp, esthetiek, techniek en digitalisering, terwijl veiligheid en onderhoud slechts beperkt aan bod komen. Daarmee ontstaat een generatie professionals die onvoldoende is voorbereid op de realiteit van veilig werken en onderhouden.
“Als je kijkt naar bouwkundige opleidingen, dan komt veiligheid nauwelijks echt terug als integraal onderdeel van het ontwerp. Terwijl dat in de praktijk één van de grootste uitdagingen is.”
De vraag is dan ook niet óf dit moet veranderen, maar wie bereid is om daar daadwerkelijk in te investeren.
Van inzicht naar praktijk
De rode draad in Huizinga’s verhaal is helder. De bouw heeft genoeg middelen, kennis en technologie om veiligheid structureel beter te organiseren. Wat ontbreekt, is een integrale benadering vanaf de eerste schets tot en met het onderhoud.
Die verandering begint bij bewustwording, maar stopt daar niet. Het vraagt om samenwerking tussen ontwerpers, bouwers, opdrachtgevers én opleiders.
Juist daarom opent Eurosafe actief haar deuren. In het trainingscentrum, waar realistische praktijksituaties worden nagebootst, kunnen zowel bedrijven als onderwijsinstellingen ervaren wat veilig werken in de praktijk echt betekent.
